Jelle Waringa

verhalen over geloof

Pagina 2 van 6

Blog Tanzania 2022 – dag 5

Ik vraag me af of ik ooit eerder zo moe geweest ben….mijn hoofd tolt en mijn gezicht en ogen vallen naar beneden. Vanochtend om 8.30 uur met Abdallah naar de East African Bible School in Bunda, ongeveer 20 minuten rijden vanaf ‘mijn’ huis. De voorbereiding had ik met name aan de Geest overgelaten 😊, maar ik werd toch wel een beetje nerveus toen er zo’n 60 vrouwen en zes mannen in de kerk zaten, klaar om mijn verhaal te horen waarvan ik zelf slechts de contouren kende. Maar waarschijnlijk is die manier wel een goede hier in Tanzania – ik had verwacht dat we om 9 uur zouden starten, maar er moest eerst nog ontbeten worden. Dat raakte me, omdat ze hier echt buitengewoon weinig hebben. Zeg maar niets. De principal krijgt geen salaris, de gebouwen zijn sinds 1936 niet meer gerenoveerd, er zijn slechts enkele tafels en daar waar ooit verf gezeten heeft zie je nu de muur. Alles is kapot en toch kreeg ik thee, een boterham (met blueband!) en een ei aangeboden. En zo zat ik opeens samen met de bischop, de vrouw van de dominee, de baas van de bijbelschool en de onbetaalbare Doroty aan het ontbijt. Ik de verte hoorde ik de deelnemers aan de workshop in de kerk zingen. Geen begeleiding, maar alleen hun prachtige stemmen en diepe bassen van de paar mannen die er waren.

Het Storytelling Centre (zie eerder, mijn stageplek) heeft een methode ontwikkelt om met groepen naar de structuur van verhalen te kijken en zo ook dat wat jouw eigen leven kenmerkt in een narratieve structuur te kunnen bekijken. Dorothy vertaalde alles in het Swahili; mijn vocabulair is inmiddels aanzienlijk gegroeid en ik kan nu ook ‘zon’ en ‘kleine gebakken visjes’ zeggen, wat leuk is maar onvoldoende om een workshop over storytelling te geven.

Wat een heerlijk gevoel om erachter te komen dat ik dit kan. Ik geniet met volle teugen van dit groepswerk – om hen in duo’s aan het werk te zetten (dat lukte overigens niet – ze gingen in groepjes aan de slag) en om een snaar van verbondenheid te raken.

Om 13 uur lunch. De groep ging naar de keuken en eetzaal, ik werd uitgenodigd in dezelfde ruimte waar we samen onbeten hadden. Ik ben hier tamelijk voorzichtig met eten, want weinig zin in diarree en dergelijke ellende, maar wat moest ik? Ik kreeg een maaltijd aangeboden, door mensen die zelf nauwelijks te eten hebben. Over christelijkheid gesproken…Dorothy vroeg wat mijn lievelingseten is, en van welk fruit ik houd, zodat ze daar morgen rekening mee konden houden. Slik…hoe ga je dan om met de balans van ongemakkelijkheid aan de ene kant, en het accepteren van de situatie zoals die nou eenmaal is aan de andere? Het accepteren van dat wat je krijgt aangeboden is hier natuurlijk een norm, een code. Toen ik opmerkte dat ik dat lastig vond, zei Musa, de principal: wil je Hebreeën 13 (dat is een Bijbelboek) voor ons lezen? Ik las: “houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.” Het leek me goed om die tekst het laatste woord te laten hebben.

Na de lunch zijn we aan de slag gegaan met de Tree of Life en een associatieweb, maar ik heb nu geen zin of energie om dat helemaal te gaan beschrijven. In het kort: probeer aan de hand van je eigen geschiedenis, talenten, waarden, hoop en plannen tot een kernthema te komen. Dat was best moeilijk, maar er werd hard gewerkt onder de bomen buiten de kerk. Morgen gaan we met de opbrengst van ieders individuele thema het verhaal van de Samaritaanse vrouw bij de bron lezen en ja, dat staat ook in de Bijbel.

Om 15.30 met Abdallah teruggereden en via de markt gegaan om mijn overhemd op te halen, gemaakt van de stof die ik in Mwanza gekregen had. Ik ben benieuwd hoe de vrouwen uit Mwanza, die er deze twee dagen hier ook weer zijn, daarop zullen reageren.

Mijn hoofd barstte bijna toen we thuiskwamen en ik had zin in een koude douche. Helaas, geen stroom en daarom ook geen water. In plaats daarvan het Victoriameer ingedoken, tot grote hilariteit van de kinderen en vrouwen die bezig waren met de was op het strand. Mijn voorstel om een wedstrijdje te doen met drie jongen die nog op de kant stonden werd met gelach ontvangen, maar ze kwamen het water in! Veel lol, zonder woorden. Het was heel fijn om even op het strand te zitten met een aantal kinderen om me heen, ook al staren ze me voortdurend met ongeloof aan. Hapiness, die dit huis schoonhoudt, was bezig haar tuin water aan het geven uit het meer, zodat de papaja’s, bananen en mango’s groeien. Het voelde allemaal heel dagelijks en dat mis ik wel een beetje. Hoe geweldig deze avonturen ook allemaal zijn, ik ben wel alleen in al mijn ervaringen en dat kost nogal wat energie.

Nu net het eten op. Ik heb Abdallah gevraagd of hij ook zin had in kip en een groenteprutje (wat dat in het Swahili is weet ik eigenlijk niet), en we hebben samen gegeten. Dat was goed. En nu ga ik naar bed, want anders komt het morgen niet goed. Onder de klamboe, met het geluid van blaffende honden in de verte en heel veel krekels dichtbij. Wordt vervolgd…

Blog Tanzania 2022 – dag 3 & 4

Maandagmorgen opgehaald door de vrouwen van de kerk in Mwanza die mij nog iets van de stad wilden laten zien. Tanzanianen hebben geen horloge, maar wel tijd. Onze wandeling bleek vooralsnog beperkt; we gingen eerst aan de overkant van de straat thee drinken en chapati eten. Ook prima. Daarna liepen we richting de Victoriameer waar we een boottochtje gingen maken. Eerst over de markt, veel tilapia en veel bekijks. Ik geloof dat ik ongeveer de enige witte man in heel Mwanza was.

Aangekomen bij de boot moesten er eerst onderhandelingen plaatsvinden over de prijs. Die duurden vrij lang, en bovendien moest er, toen de deal gesloten was, eerst nog brandstof gehaald worden. De stad is echt tjokvol met brommers/motoren die als taxi dienst doen – dus klom de booteigenaar achterop met een lege jerrycan en kwam een kwartier later terug. Ik dacht dat toen het langverwachte moment van vertrek aangebroken was…maar de jerrycan moest eerst nog overgegoten worden in de tank van de boot. Dat lukt niet, dus moest er een trechter gehaald worden. Het was de pastor’s wife die korte metten maakte met deze toestand en ze nam het heft in eigen hand. Zeer verfrissend.

Om 14 uur werd ik opgehaald door Abdallah, de chauffeur waar Els de Quant ook gebruik van maakt. Ik zit dit te typen in haar huis in Musoma, waar we gisteren heenreden. Als je gevoelig bent voor veel prikkels, kun je beter niet naar Tanzania komen. Zoveel geluid, kleur, mensen, bewegingen, brommers, vuil, lawaai, geuren, rook en walmende bussen en fietsen met bossen suikerriet, terwijl de auto nogal hard reed op een slechte weg waarvan het onduidelijk was welke banen bestemd waren voor welk verkeer. Ik zuig alles in me op, maar bereikte mijn tax wel zo’n beetje na de autorit van 3 1/2 uur. Hoofdpijn dus.

Toen we in Musoma aankwamen staken we eerst aan bij de Oost-Afrikaanse bijbelschool, waar ik woensdag en donderdag de workshops verzorg. Opnieuw het gastenregister getekend, uiterst vriendelijk ontvangen door het hoofd van de school en gesproken over de inhoud van de workshop. Daarna doorgereden en uiteindelijk pas om 20 uur aangekomen in dit heerlijke huis met tuin aan de oevers van het Victoriameer. Wel wennen om drie man personeel over de vloer te hebben, maar eigenlijk ook wel heel fijn. Abdallah rijdt de landrover en begeleid mij in de stad, waar het op bepaalde plekken niet veilig is voor mij om alleen te lopen. Hapiness maakt schoon en de nachtwacht zorgt ervoor dat er geen ongenode gasten het terrein opkomen, ondanks de metalen deuren en zware sloten….🙁

Vanmorgen wakker geworden na een heerlijke nacht onder de klamboe en eerst gaan wandelen langs het strand met Abdallah. De vissers kwamen net binnen en ik wilde vandaag zelf koken, dus het avondeten was al snel met de mannen geregeld. Prettig om Tanzanianen bij me te hebben die weten dat zo’n vis ongeveer 6 euro moet kosten en niet het dubbele. Daarna langs het hele strand vrouwen die wassen, zichzelf wassen, de af wassen en hard aan het werk zijn. Ik had even een vrije ochtend, al moest ik de workshops voor morgen later nog wel voorbereiden. Christien is op dag een al naar huis gegaan wegens ernstige familieomstandigheden, terwijl ik eigenlijk slechts haar assistent had zullen zijn. Haar programma kan ik niet doen, en heb daarom bedacht dat we, voordat we donderdag aan de slag gaan met een bijbelverhaal we eerst aan de slag gaan met ons eigen verhaal. Morgen daarom een workshop Storytelling (ik loop stage bij het Storytelling Centre in Amsterdam) en donderdag de toepassing van je eigen verhaal in het begrijpen van de bijbeltekst.

Vanmiddag naar de markt geweest en inkopen voor de maaltijd met de vis gedaan: tomaten, ui, rijst, knoflook en natuurlijk die fantastische verse mango’s, bananen en sinaasappels. En naar de kleermaker, om de eerder in Mwanza gekregen stof te vermaken tot overhemd. Toen we later in de auto zaten en dit meisje met de sinaasappels (zie foto) langskwam, kon ik het niet verkroppen om ook van haar nog wat te kopen. Heart breaking. Dat gebeurt me weleens vaker op zo’n dag….

Blog Tanzania 2022 – dag 2

Om 9 uur opgehaald voor de kerkdienst. Die duurde tot 13 uur en dat was best lang….maar wat een spirit! Mijn Swahili is beperkt tot een drietal woorden dus ik kan geen theologische reflectie geven. Dat hoeft misschien ook niet – de hartelijkheid en gemeenschap waren meteen voelbaar, en toen het eten op tafel kwam was het natuurlijk helemaal goed! Vers gebakken vis (het Victoriameer is hier maar een paar honderd meter vandaan) en kip, groente, rijst, gebakken banaan, ugali, gefituurde visjes (compleet) en natuurlijk verse meloen en ananas.

Na een uitgebreide fotosessie met iedereen met de auto naar een andere doopsgezinde gemeente in Mwanza. Eerst uitgenodigd door de pastor, de bishop en de secretary general om het register te tekenen, met de nodige egards. In de gang lag een matras waarop een paar kleine kinderen diep in slaap lagen, ondanks de keiharde live muziek die zowel in als ver buiten de kerk te horen was.

Doel van mijn workshop was: probeer in een bijbelverhaal te ontdekken waar jijzelf een rol speelt. De drie lagen van een verhaal (universele, emotionele en persoonlijk boodschap) hebben we onderscheiden en daarna hebben zes groepen zich gebogen over het verhaal van de Samaritaanse vrouw bij de bron (Joh 4). Er is geen absolute waarheid, maar de boodschap wordt mede bepaald door je eigen cultuur, opvoeding, gender, opleiding enz. De groepen hebben daarna verteld wat voor hen de kern van de tekst was en hoe dat te maken had met henzelf.

Wat een schitterend werk. Wat een fantastisch fijne mensen heb ik vandaag weer ontmoet. Oh ja, als dank kreeg ik Tanzaniaanse stof om in Musoma een shirt van te laten maken.

Blog Tanzania 2022 – dag 1

Dag één van mijn trip namens de doopsgezinde zending aan Tanzania. Inmiddels alleen, wegens ernstige familieomstandigheden van mijn reisgenoot Christien. Vandaag van Kilimanjaro naar Mwanza gevlogen en meeting gehad met de bisschop hier. Afrika…het schakelen vergt wat tijd en energie. Morgen voorgaan in de dienst en daarna workshop met vrouwengroep; een combinatie van contextueel Bijbellezen en storytelling. De emancipatie van deze sterke vrouwen in de kerk vraagt nog aandacht, maar is wel gaande. Een avontuur voor hen, maar zeker ook voor mij.

Leentjebuur

Bijbellezen is leuk, maar kan ook spannend zijn. Hoe kun je die geleende teksten zo lezen, dat ze jouzelf raken of iets tegen je zeggen? 

Ik zou zeggen: laat de angst om er te vrij mee om te gaan, los. Je mag zelf betekenis geven. Dat is wat anders dan: “En, gemeente, dan kom ik nu tot de explicatie”. De explicatie. Niet een, of mijn, maar de. Het interpreteren van Bijbelteksten leek in vroeger dagen -en in sommige denominaties- het exclusieve terrein van geleerde dominees, die de in de tekst opgeslagen waarheid konden extraheren en die als een onfeilbare conclusie de gemeente in konden slingeren. Nou ja, misschien niet altijd en ook niet overal, maar toch: het idee dat er een vaststaande waarde en waarheid verborgen lag in de eeuwenoude teksten van de Bijbel is toch lange tijd gemeengoed geweest.

Afgelopen week hoorde ik iemand zeggen, dat hij eigenlijk nooit in de Bijbel leest, “want die teksten zijn voor mij niet te begrijpen en ik weet nooit wat nou eigenlijk de boodschap is”. En ik vroeg me af of je überhaupt kunt spreken van de boodschap. Hoe spannend is het om een tekst te lezen en er jouw eigen boodschap uit te halen? Durf je dat? Of loop je dan te kans je schuldig te maken aan hogere inlegkunde? Dat wat er staat, kun je niet veranderen. Dag mag je ook niet. Wat er voor jóu staat, de manier waarop je de tekst interpreteert, dat is altijd afhankelijk van wie jij bent, waar je woont, hoe je je voelt en wat je hebt meegemaakt in je leven. En dat mag wel.

Het is altijd een dunne lijn tussen vrije interpretatie aan de ene kant, en het zoeken naar de bedoeling van de auteur aan de andere kant. Dat is al zo bij moderne literatuur. Ik hoorde eens van een dominee die een passend gedicht van Rutger Kopland in zijn preek had verwerkt en de dichter daar met een kaartje voor had bedankt. Rudi van den Hoofdakker liet zijn pseudoniem even los en reageerde onaangenaam verrast. Hij had geen goed woord over voor deze verkwanseling van zijn poëzie, die volgens hem absoluut geen religieuze lading had.

Dus ga er maar aanstaan bij oude teksten die niet eens voor ons bedoeld zijn. Niet alleen stammen de Bijbelteksten uit een volstrekt andere cultuur met een inmiddels overleden taal en zijn ze geschreven vanuit een wereldbeeld waar wij ons nauwelijks iets bij voor kunnen stellen, ze ontstonden ook nog eens voor een ander publiek dan dat wij zijn. Er bestonden nog geen boeken, er was geen echt lezerspubliek, maar geschreven teksten waren het resultaat van en bedoeld voor een professioneel schrijverscollectief van vaklieden en beambten. Het zijn niet onze woorden. Wij lenen ze.

Coq au vin
Hoe ga je om met iets wat je leent? Als ik een kookboek van mijn buurman leen om zijn onovertroffen coq au vin ook eens te maken, is het de bedoeling dat ik dat boek intact laat. Ik mag de recepten wel op mijn eigen manier gebruiken, daar heeft de buurman niets over te zeggen. Op het moment dat hij mij het boek overhandigde, gaf hij de regie over de bereiding van de kip uit handen. Omdat ik in mijn eigen keuken het recept volg, kan de buurman mij geen instructies meer geven. Ik moet me er maar mee redden. En of de buurman het nu leuk vindt of niet – ik kook toch echt op mijn eigen manier.
Zo is het ook (een beetje) bij teksten uit de Bijbel. Stel dat je in gesprek zou kunnen gaan met Johannes en hij zou je wenkbrauwen zien fronsen bij het verhaal waarin water in wijn veranderde op een bruiloft, dan zou hij je kunnen uitleggen wat hij daarmee bedoelde en met welk idee dat zou opgeschreven was. De toonhoogte, intonatie en gebaren van Johannes zouden veel duidelijk kunnen maken. “Oh! Bedoelde je het zó!” – zou je kunnen zeggen terwijl je voor jullie beiden nog een kopje thee inschenkt. Heerlijk lijkt me dat, zo’n directe uitleg van de auteur zelf.

Maar helaas is het een beetje zoals bij WhatsAppjes, waarbij je ook moet gissen naar de gebaren, toonhoogte en intenties van de verzender. We krijgen een tekst voorgeschoteld waar we zelf chocola van moeten maken, en ik kan me dan heel goed voorstellen dat de moed je dan in de schoenen zinkt, zoekend naar een aanwijzing of ingang naar een mogelijke uitleg. Niet zelden gebeurt mij hetzelfde wanneer ik aan de preek voor zondag begin.

Betekenisreserve
En toch. Het heeft ook voordelen dat de auteur ons niet kan influisteren wat hij ooit, toen, daar voor bedoeling had met de tekst. De Franse filosoof Paul Ricoeur heeft nagedacht over het verschil tussen gesproken en geschreven tekst, en de gevolgen voor de betekenis. Het lijkt alsof er veel verloren gaat, zodra de mondelinge toelichting niet meer gegeven kan worden. Tegelijk krijgt het woord in geschreven vorm een opener karakter. Het krijgt meer betekenis, omdat een nieuw publiek, dat niet gelimiteerd wordt door tijd en plaats, nu vanuit oneindig veel kanten de tekst kan bekijken. Deze interpretatieruimte noemt Ricoeur de ‘betekenisreserve’. Door de overgang van de orale overlevering naar het geschreven woord, krijgt de Bijbel betekenisreserve en die ruimte geeft ongelofelijk veel vrijheid. Zo ontstaat er voor de lezer de kans om zich een tekst toe te eigenen¹. Rutger Kopland had dat kunnen beseffen toen zijn gedichten naar de uitgever gingen en ook Johannes zal het ermee moeten doen dat wij aan de slag gaan met zijn tekst, zonder dat hij bij kan sturen of aan kan vullen. Leentjebuur krijgt zo een positieve connotatie; je mag je de tekst eigen maken en ontdekken welke waarde die vandaag voor jouzelf herbergt. Dat is spannend, want misschien ben je bang dat je er niet genoeg van weet, of er helemaal naast zit, of ben je te bescheiden om je eigen leven te spiegelen aan David, Ruth of Jezus. Laat die bescheidenheid maar los. Dat dat allerlei verschillende interpretaties oplevert is helemaal niet erg. Het laat juist zien dat de Bijbel uit open teksten bestaat. Hoera!

“Lees je Bijbel, bid elke dag”. De eerste woorden van een kleuterhit die ik in een ver verleden uit volle borst mee brulde. Verderop in het lied wordt de belofte gedaan dat je daarvan groeien mag. Toen een nog niet te begrijpen vooruitzicht, nu langzamerhand een voorzichtige waarheid. Om te lezen over al die mensen die in zo ongeveer alles anders waren dan wij, maar toch ook een leven met dezelfde toppen en dalen leefden: met blijdschap, jaloezie, pijn, woede, liefde, verlies, overwinning, beperking en vrijheid. En doorgang, dat vooral.

Geleende woorden met jouw eigen betekenis.

 

¹ Een huis om in te wonen, Hans Snoek, 2010 Kampen

Ik heb de planten toch maar even water gegeven

Ze is zichtbaar achteruit gegaan. Haar huid is doorschijnender en het lijkt alsof haar haar veranderd is. Het is dunner en ook doffer.  Ik weet dat ze Parkinson heeft, maar zie nu voor het eerst de ongecontroleerde spierbewegingen in haar linker schouder. Ze drukt zich met haar rug tegen de leuning van de stoel, om zo enige grip te houden. Het is ruim twee maanden geleden sinds ik hier voor het laatst was en ik voel me daar schuldig over.

Ze wil niet meer. Bijna 96 en niemand meer over. Haar ouders, haar man, haar zussen – ze zijn allemaal dood. Haar vriendinnen van vroeger ook, behalve Elsbeth, maar die woont in een verzorgingshuis in Best. Soms bellen ze, maar vaker niet. Wat heb je elkaar nog te zeggen? En bovendien vergeet Elsbeth toch alles. De combinatie van Parkinson en leukemie maakt het leven er bepaald niet leuker op. Het arsenaal aan dagelijkse medicijnen staat zo’n beetje gelijk aan een extra maaltijd. Rotzooi is het. Troep. Ze wil niet meer. Oh ja, haar kinderen leven in onmin met elkaar en de wereld. Dat ook nog.

Ik ben dominee en kom even op bezoek. We weten beiden dat ik straks ook weer ga, mijn eigen leven in. Met mijn auto. En mijn vrienden. En mijn nieuwe liefde. En afspraken. En opleidingen. Museumbezoek. Biertjes. Eten bij familie. Zij blijft hier zitten wachten tot de dood haar verlost. Misschien wil de arts wel meewerken aan een eerder vertrek, want die dood laat wat lang op zich wachten. Ze wil gewoon niet meer.

Wat kan ik zeggen? Dat het gelukkig mooi weer is? Dat er nog genoeg mensen zijn die van haar houden? Dat er heerlijke kabeljauw op het menu staat vanavond? Dat ze moet vertrouwen op God? Nee. Dat doe ik niet. Dat zou goedkoop zijn en bovendien niet waar. Niet helpend. Ik zeg dat het zwaar ruk is. Klote, moeilijk en rot. Want dat is het. Zoete broodjes, daar zit niemand op te wachten. Zij wel helemaal niet.

We zitten, zij op haar stoel, ik op de bank. Het plastic kerstboompje op het dressoir heeft gekleurde lampjes die zachtjes aan en uit gaan. Ik zie de buurvrouw haar tafelkleed uitkloppen op haar balkon. Wij zitten hier en hebben beiden even niet de behoefte iets te zeggen. In mijn opleiding leerde ik dat je dat moet leren: het uithouden bij de pijn van een ander. Het verdragen zonder het weg te willen praten. Dat kan immers toch niet. Wat wel kan, is naast iemand staan. Een klein beetje delen in het leed. Het niet wegwuiven, maar het in alle rauwheid zien en benoemen. En soms je kop houden.

We bidden eigenlijk nooit. Zij is niet zo kerks en ik ben niet zo vroom. Maar zijn dat voorwaarden om te kunnen bidden? Ik merk dat ik moed nodig heb, en het dan toch vraag: of ze het goed vindt dat we met gebed afsluiten. Ze gaat rechtop zitten en zegt: “Ja, graag”. Ik weet nog niet wat ik ga zeggen en hakkel, zoek naar woorden. Zijn ze gericht aan God of aan onszelf? Ik betwijfel of God hier iets aan kan doen. En of Hij dat zou willen, dat ook nog. Ik vraag het daarom maar niet, ongemakkelijk als ik me voel met dat soort wensen. Wat bidden dan nog is? Ik weet het niet. Ik benoem haar pijn. Ik spreek uit dat deze fase van haar leven zoveel moeilijker is dan ze zich voorgesteld had, ooit. Ik geef woorden aan haar lijden, dat zo vaak ingeslikt wordt omdat ze zich niet aan wil stellen. En ja, ik noem ook God. Of Hij zich over haar wil ontfermen. Ik denk dat dat betekent: voor haar wil zorgen, ook al weet ik niet hoe dan. Maar toch, ik vraag het. Dat kan geen kwaad, denk ik maar.

Amen. Naast me hoor ik gesnotter en ze zegt dat dat haar eigenlijk nooit overkomt. Ik vraag me af of ze het over haar tranen of over mijn gebed heeft, maar ik laat het zo. We hebben elkaar even geraakt. Wederzijds. Ze wil niet meer.

En dan zegt ze: “Vanmiddag heb ik de planten toch maar even water gegeven. Dan kunnen zij tenminste verder. Zij kunnen er ook niks aan doen”.

Ik stap weer in de auto. Het is nog een eind terug naar huis.

 

Dit personage is fictief. Het is samengesteld uit meerdere pastorale gesprekken uit mijn praktijk

Eerst zien, dan geloven

Uit het dagboek van Thomas – bij de tekst uit Johannes 20

Ik kan er maar niet aan wennen: Jezus, onze vriend, leraar, leider, is er echt niet meer. Hoe is het mogelijk? Natuurlijk weet ik wel dat de Romeinen ons lastig vinden, en dat Jezus van alles hardop zei wat in de huidige politieke situatie misschien niet zo handig is, maar weet je hoeveel moed dat ons gaf? Ik heb de afgelopen paar jaar regelmatig gedacht dat hij wel eens degene zou kunnen zijn die een ommekeer tot stand zou kunnen brengen. Als je wist wat voor charisme hij had, hoe mensen op hem reageerden, hoe hij mensen wist te raken…ik heb nog nooit eerder meegemaakt dat ik in iemands nabijheid verkeerde die zoveel moed, inzicht en diepgang had als Jezus. En nu is het voorbij. Over en uit. Ze hebben hem te grazen genomen. God, wat mis ik hem toch vreselijk. Ik kan de draad nog niet oppakken, ik krijg dat beeld van mijn vriend aan dat kruis niet uit mijn hoofd. Ik heb hem zien hangen en keek hem aan – volgens mij zag hij ons ook staan, hulpeloos en verslagen.

Woede, voel ik. Mijn vrienden lijken niet stil te willen staan bij het vreselijke onrecht dat Jezus en ons is aangedaan. Nu komen ze met de meest fantastische verhalen over wat ze “opstanding” noemen. Ik ben niet gek…dood is dood. Ze lijken zichzelf te troosten met het idee dat hij nu opeens aan verschillende mensen is verschenen. Eerst Maria, die Jezus meende te herkennen in de tuinman. Sorry hoor, maar Maria is altijd al een beetje een zonderlinge vrouw geweest. En daarna die wildvreemde mannen die een eind met hem gelopen zouden hebben, om uiteindelijk in de kroeg te belanden met ónze vriend. Waarschijnlijk hebben ze wat te diep in het glaasje gekeken. En nota bene mijn eigen vrienden geloven dat! Hoe halen ze het in hun hoofd om met deze mooipraterij het vreselijks dat er gebeurd is glad te strijken! Ik word opnieuw boos als ik erover nadenk!

Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, kwamen ze gisteren met een verhaal op de proppen dat er bij mij maar moeilijk inging. Jezus zou bij hen zijn geweest, toen ze aan het vergaderen waren over de toekomst van onze beweging.  Op onze geheime locatie – ook wij zijn nog niet veilig met onze radicale ideeën – stond hij daar opeens. Alsof het niks was. Wie bedenkt zo’n verhaal? Waarom gunnen ze zichzelf en mij niet wat meer tijd om stil te staan bij ons verlies? Misschien dat het hen troost om te geloven in die zogenaamde verschijningen; misschien helpt het hen om door te kunnen gaan, maar bij mij gaat het al snel jeuken, zo’n wending die lijkt te suggereren dat het zin zou hebben gehad, alsof het een groter doel diende. Ik heb daar sowieso moeite mee: als anderen gaan zeggen dat de ellende die je als mens overkomt zin heeft. Alsof je blij mag zijn dat je in de penarie zit, alsof je gaat juichen omdat je door een rottige periode gaat. De enige die dat kan zeggen, is die persoon zélf. En nu doen ze dat nota bene over onze vriend. Hij is gewoon als crimineel veroordeeld en vermoord. Razend maakt het me; ik wil gewoon huilen en verdrietig zijn, zonder een bedekkende laag van goedkope zingeving. Nou, genoeg frustratie geuit. Vorige week kon ik er niet bij zijn, maar vanavond hebben we weer een bijeenkomst. Het zal me benieuwen of Jezus ook weer even komt kijken. Ha! Eerst zien, dan geloven – dat is mijn instelling. En dat lijkt me een hele gezonde visie.

Ik weet niet wat er gebeurde. Toen we bij elkaar waren, voelde het net als vroeger. Simon vertelde over die keer dat hij Jezus voor het eerst sprak. Jacobus vertelde over die grap die hij een keer met Jezus uitgehaald had. En Johannes haalde herinneringen op aan de ontmoetingen met al die mensen die geen toekomst meer zagen, maar nieuwe moed kregen na de ontmoetingen met Jezus. En Andreas had de tranen in zijn ogen toen hij al die momenten terughaalde waarop Jezus ons een spiegel voor had gehouden met zijn verhalen die ons zo geraakt hadden. Weet je, zei Andreas, soms heb ik weleens gedacht: zou deze manier van leven zijn zoals God het bedoeld heeft? Alsof Jezus meer wist van een leven met God dan wij ons ooit voor hadden kunnen stellen?

 

He Qi – The Doubt of St. Thomas (2001)

Wat was het fijn om te merken dat we met zoveel liefde terugdachten aan de afgelopen paar jaar…Ik werd gegrepen door onze collectieve herinneringen. En door mijn tranen heen, zag ik hem voor me staan. Niet echt natuurlijk, ik blijf toch een wat verstandelijke man, maar het was alsof hij naast me stond. Ik ben niet zo’n zweverig type, maar echt – ik voelde gewoon dat hij er was. En met die blik van hem, die wat uitdagende lach, leek hij tegen me te zeggen: ‘kijk maar naar mijn handen. Leg je hand maar in mijn zij. Als dat is wat jij nodig hebt om te geloven dat mijn leven zin heeft gehad en niet stopt bij de misdaden van hen die ons niet zagen zitten, dan is dat maar zo, dat geeft niet. Kijk! Hier ben ik. Huil maar, verberg je tranen niet’. En eventjes voelde het veilig en lachte ik door mijn tranen heen. Ik hield mijn vriend vast, omhelsde hem en wilde hem nooit meer loslaten. Het was alsof ik zijn stem in mijn hoofd hoorde, net zo helder als toen hij er nog was. Er leken puzzelstukjes op hun plek gelegd te worden, toen ik Jezus tegen me hoorde praten. Ik durf het bijna niet te herhalen, omdat het op een bijzondere manier zo persoonlijk en zo intiem was. Tegelijk voel ik dat het toch belangrijk is om te delen – misschien ook wel voor jou. Sommige mensen noemen mij Thomas de Tweeling. Al sinds mijn kindertijd heb ik me afgevraagd waarom ik die naam draag, en nu pas begin ik te begrijpen dat ik misschien wel heel veel op jou lijk: jij, die mij wel kent maar ik jou niet. Misschien begrijpen wij elkaar wel, zonder dat ik van jouw bestaan op de hoogte ben. Misschien ben ik jou wel?

Goed, ik wil toch proberen iets te delen van die woorden die Jezus mij influisterde. Die woorden hadden te maken met lijden. Met pijn, met teleurstelling en met verlies. En nu wordt het tricky, want ik wil niet in de valkuil stappen van goedkope praatjes. Zoete broodjes worden hier niet gebakken. Hij zei: ‘Als we het lijden dat ons overkomt en de fouten die we in ons leven maken niet langer verdringen, maar leren accepteren als iets dat wezenlijk bij ons hoort, belanden we op een punt waar God datgene mogelijk maakt wat we voor onmogelijk hielden: zelfs de moeilijkste beproevingen in ons leven kunnen zinvol zijn’. Zoals gebruikelijk begreep ik maar de helft van wat hij zei. Wat ik wel snapte, herhaal ik hier, in mijn eigen woorden. Soms lijkt er geen uitweg meer, en loop ik met mijn ziel onder mijn arm. Soms vecht ik in mijn leven tegen een vreemd, onrechtvaardig en onbegrijpelijk lot. Maar ik hoef niet te vechten. Ook de wonden die ik opgelopen heb, zijn onderdeel van mij. Ze gaan over van open wonden in littekens. En soms ervaar ik een punt dat ik niet kan verklaren. Het is het punt of het moment waarop er een ommekeer plaatsvindt en ik alles wat me verpletterde niet meer hoef de verdringen. Dan voelt het alsof ik opnieuw adem kan halen. Alsof er nieuw licht op de zaak valt. Alsof er een loodzware steen van mijn schouders is weggenomen. Die lichtheid, die blik op de open toekomst, die hernieuwende energie…zou dat zijn waar al die oude teksten over gaan? Is dat wat al eeuwenlang bedoeld wordt met God?

Vanmorgen werd ik wakker. Hij was er niet meer. Maar ik geloof wel dat wat hij te zeggen had verdraaid waar was, gisteravond. Ik ben er nog niet uit wat er gebeurd is. Misschien is dat ook niet zo belangrijk. Hij is dood, daar verandert niemand iets aan. Maar ik geloof dat angst en verbittering nooit het laatste woord hebben. Dat geloof ik nu, sterker dan ooit.

Met een ander mens

Il Signore ti ristora. Dio non allontana
Il Signore viene ad incontrarti, viene ad incontrarti

De Eeuwige haalt je terug, God duwt je niet weg. De Eeuwige komt om je te ontmoeten.

Waar dan? Hoe dan? Wat betekenen die woorden uit dit Taizé-lied dan in de niet zo verheven en soms doodsaaie praktijk van alledag?

Er fietst een moeder met haar dochter achterop . Ze halen me in, terwijl ik naar de supermarkt wandel.  Het kleine meisje draait zich in haar fietsstoeltje om en zwaait naar me. “Hoi”, zegt ze zachtjes. Ik zwaai terug en fluister: “Hoi, meisje”. Ik word bevangen door een gevoel van intense blijdschap. Contact. Met een ander mens.

De winkels aan de Wirdumerdijk zijn dicht. Het begint al bijna gewoon te worden, deze onwerkelijke leegte. Aan de overkant zit een zeer gemotiveerde muzikant toch gitaar te spelen, schuilend onder de pui van een gesloten speelgoedwinkel. Onze blikken kruisen elkaar. Ik maak een gebaar dat ik geen geld bij me heb, maar steek mijn duim op. Ik wil hem duidelijk maken dat zijn muziek een welkome emotie losmaakt in deze anders zo drukke fiets- en winkelstraat. Hij glimlacht. We zien elkaar. Contact. Mens tot mens.

Mirjam fietst in de regen. Voor haar fietst een vrouw. De geur van haar parfum waait Mirjam haar neus binnen en maakt iets los. Het is lekker. Het is fris. Het maakt blij. Ze haalt de vrouw in en zegt: “Het is dat ik een beetje haast heb, maar anders was ik achter u blijven fietsen want u ruikt zo lekker”. Contact. Mens tot mens.

Het zijn dit soort dagelijkse kleine grote ontmoetingen die een verschil kunnen maken. Ze tillen ons uit boven de somberheid die bij sommigen op de loer ligt. Ze laten zien dat het mogelijk is om elkaar te zien, om contact te maken. Mijn schoolvriendin Mirjam en ik noemen het onze Public Awareness Movement. Regelmatig appen we elkaar om onze nieuwste ervaringen met vreemden op straat te delen. Die beweging zou eigenlijk groot moeten worden. Probeer het maar eens. Wees niet bang om gek gevonden te worden. Spreek je uit, geef een compliment aan vreemden, zie wat er op straat gebeurt en laat je verwonderen. Maak oogcontact. Zeg iets. Wees aardig. Misschien dat de woorden van dit Taizélied daar wel bij passen. Dat God zichtbaar wordt door onze verwondering. Dat we niet weg hoeven te glijden in angst voor de Corona-toekomst. Dat we God ontmoeten in de ontmoeting met de ander. Dat Hij ons zo komt ontmoeten. Niet als een grote baas, maar als een klein sprankje plezier. Wat best groot kan worden trouwens. Plezier, zoals het zingen van een liedje, met de andere mensen van de Taizégroep Leeuwarden. Luister maar.

 

 

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Jelle Waringa

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑