
Dit wandbord hangt in menig doopsgezinde kerk en huishouden. Het is een relatief jonge tekst, waarmee dominee Sibold Sicco Smeding (1896–1970) in 1950 een prijsvraag won, die was uitgeschreven omdat er behoefte was aan een pakkende spreuk over de doopsgezinde identiteit. Jarenlang is zowel wandbord als de tekst ervaren als typisch doopsgezind en vormde het bijna een reclamebord voor deze religieuze traditie.
Maar wat is dat eigenlijk, mondig? Heeft het te maken met volwassen zijn? Of niet op je mondje zijn gevallen? En wat heeft dat met doopsgezinde identiteit te maken? In mijn masterscriptie met de titel “Heilige Grond – een herziening van het mondigheidsbegrip” onderzoek ik hoe het (doopsgezinde) geloofsgesprek nieuw leven kan worden ingeblazen door het begrip ‘mondigheid’ opnieuw te doordenken. Daarbij pleit ik voor een verschuiving van ‘monologische mondigheid’ – het vasthouden aan standpunten – naar ‘dialogische mondigheid’, waarin ruimte is voor wederkerigheid en het ontstaan van betekenisvolle ontmoetingen en het interpreteren van signalen. Je kunt de scriptie hier lezen.
Geef een reactie