Het bloed van de slachtingen van grote groepen mensen in Darfur is zichtbaar vanuit de ruimte.

Het opschorten van Amerikaanse hulpgelden voor behandelingen van hiv-patiënten zal de komende vijf jaar leiden tot ongeveer 150.000 extra doden in Sub-Sahara-Afrika.

De beveiliging rond het huis van de burgemeester van Venlo is aangescherpt vanwege serieuze online bedreigingen, volgend op een plan voor een asielzoekerscentrum in de gemeente.

En in de kerk steken we iedere week een kaarsje aan. Het is immers advent. Periode van hoop. Grenzeloos naïef, zou je kunnen zeggen. Want hoe helpt een kaarsje, in onze gezellig aangeklede kerk, terwijl we genieten van een stuk speculaas en warme chocomelk, aan de uitbanning van zoveel rottigheid in de wereld?

Nou, dat doet dat kaarsje niet. Er is ook niemand die dat gelooft. Maar wat nou als we geen kaarsje aan zouden steken. Wat nou als we het gewoon Kerst laten worden, genieten van een versierde boom, ons laten verblinden door ledverlichting zover het oog reikt en het gewoon gezellig hebben met elkaar. Verdwijnen de rode vlekken op de satellietbeelden van Darfur dan wel?

We zien uit naar Kerst. De geboorte van een mens die zo dicht bij anderen leefde, zoveel leek te begrijpen van de liefde voor het leven, zoveel beter begreep hoe de aarde bewoond zou moeten worden, dat we hem Gods zoon zijn gaan noemen. Niet langer een kindeke klein, kindeke teer – maar een mens met de mensen. Iemand die zich ophoudt met hen die zich verloren voelen, niet mee mogen doen, voor wie gerechtigheid ver weg is. Zo maken we kennis met een manier van doen die niet recht praat wat krom is. Dan leren we hoe het is om de ander aan te kijken in de rauwheid van het bestaan en om zelf echt gezien te worden in onzekerheid, angst, eenzaamheid of verdriet.

Oh ja, dat kaarsje. Dat gaat, hopelijk, gepaard met stappen die een beetje lijken op de volwassen geworden baby, die zich inmiddels ontdaan heeft van het stro in zijn haar en de geur van Zwitsal billendoekjes. Geen reusachtige stappen met wereldvrede als gevolg, maar gewoon, kleine gebaren van goedheid. Eigenlijk de invulling van hoop. Zoals het meisje dat deze week in de bus opstond voor de vrouw met rollator. Zoals die man die, gewapend met prikstok en vuilniszak, het paadje bij het park in mijn buurt van plastic afval ontdeed. Of die vrouw die bij de uitgang van de Lidl de man met uitgestoken hand een zakje met broodjes gaf. Kleine stappen van wereldformaat.    

Je hebt verbeeldingskracht nodig om verder te kijken dan de harde realiteit van het journaal. Je moet durven dromen in een andere wereld. En om ons die droom niet te laten afpakken door het donker, steken we een kaars aan. Het kost wat om licht voor de wereld te zijn. Maar als je kijkt, zie je om je heen mensen die dat durven en die stralen in het donker. Midden in de winternacht.